|
Kroes dwingt NGA-investeringen af |
|
Opinie
|
|
De Europese Commissie heeft op 17 september 2009 nieuwe richtsnoeren gepubliceerd voor de toepassing van staatssteunregels in het kader van de snelle uitrol van breedbandnetwerken. In deze richtsnoeren wordt een overzicht gegeven van het beleid van de Commissie en komen ook een aantal punten aan bod in verband met de beoordeling van maatregelen ten behoeve van investeringen in NGA-netwerken. Deze nieuwe richtsnoeren zijn niet vrijblijvend, maar zullen door de Commissie worden toegepast op alle door de lidstaten aangemelde steunmaatregelen wat betreft NGA vanaf 1 oktober 2009.
De Europese Commissie maakt een fundamenteel onderscheidt in basisbreedbandinfrastructuren, de bestaande breedbandnetwerken met koperen telefoonlijnen en de huidige kabelnetwerken, en zeer snelle NGA-netwerken, die voornamelijk gebruik maken van glasvezeltechnologie of geavanceerde, gemoderniseerde kabelnetwerken. De Europese Commissie gaat er vanuit dat op termijn de basisbreedbandinfrastructuren zullen worden vervangen door NGA-netwerken. NGA-netwerken zijn volgens de Europese Commissie netwerken die de snelheid en capaciteit hebben om high definition content te kunnen levereen, on-demand toepassingen ondersteunen en ondernemingen betaalde symmetrische breedbandaansluitingen aanbieden.
|
|
Lees verder...
|
|
|
Opinie
|
|
De Opta kondigt in een persbericht van 15 juli ’08 aangekondigd de kabelaanbieders een verplichting tot wederverkoop van de kabelaansluiting op te leggen, waarmee alternatieve aanbieders via het kabelnet kunnen concurreren. Hiermee beoogt OPTA keuze tussen aanbieders voor het afnemen van het analoge kabelpakket te realiseren. Hierdoor ontstaat voldoende druk op de kabeltarieven en wordt de dominantie van kabelmaatschappijen UPC en Ziggo op de omroepmarkt doorbroken.
Wat moeten we hiervan denken? De voornemens van de OPTA zullen t.z.t. ter consultatie worden voorgelegd. Tot 5 augustus zullen we het echter moeten doen met de schaarse informatie die soms in interviews wordt gegeven. In deze opinie onze eigen beeldvorming van de strategische waarde van het voorgenomen beleid van de OPTA.
|
|
Lees verder...
|
|
|
Investeren in infrastructuren |
|
Opinie
|
|
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (de WRR) heeft haar rapport Sturen op infrastructuren de veelzeggende ondertitel Een investeringsopdracht meegeven. Dit suggereert dat de WRR de regering adviseert om zich af te vragen hoe het bijvoorbeeld elektriciteitsbedrijven of telecommunicatiebedrijven kan dwingen om investeringen te doen.
De WRR maakt zich zorgen over de huidige en toekomstige staat van de Nederlandse inftastructuur. Door de politiek is marktwerking ingezet als instrument om de efficiëncy te verhogen en de keuzevrijheid van consumenten te vergroten. Dit heeft al vrij snel tot voordelen voor de consument geleid. Maar nu maakt de WRR zich zorgen over waarden zoals innovatie, onderhoud, beschikbaarheid en duurzaamheid.
Deze waarden overstijgen het belang van de individuele consument en behoeven over langere termijn aandacht om ze te kunnen realiseren. De ‘publieke’ waarden vragen dus om bestuurlijke en politieke besluitvorming op systeemniveau van de infrastructuren. De WRR betoogd dat investeringen in infrastructuur hiervoor een helder aanknopingspunt bieden en roept de regering dan ook om deze waarden op de beleidsagenda te zetten.
|
|
Lees verder...
|
|
|
Ondeugdelijke argumentatie van Tjeenk Willink |
|
Opinie
|
|
De Raad van State heeft bij monde van de vice-voorzitter mr. H.D. Tjeenk Willink in haar jaarverslag weer een algemene beschouwing gegeven over het functioneren van het openbaar bestuur in de democratische rechtsstaat. Dit jaar gaat veel aandacht uit naar de Commissie Dijsselbloem door het verschijnen van het eindrapport van het parlementaire onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen: Tijd voor onderwijs.
Op het eind van de algemene beschouwingen maakt Tjeenk Willink een opmerking over diensten van algemeen publiek belang. Hij merkt op dat diensten van algemeen publiek belang, instituties zijn die noch tot het openbaar bestuur noch tot de markt behoren. Hij stelt dat de eigenstandige positie van deze instituties als ordeningsprincipe voor de publieke zaak in het recente verleden zijn genegeerd.
De ontwikkelingen op Europees niveau met betrekking tot diensten van algemeen publiek belang zijn vastgelegd in het protocol bij het verdrag van Lissabon, zo stelt Tjeenk Willink. Ik heb het even nagezocht. Het protocol beslaat maar uit ˝ A4 met slechts twee artikelen. Ik betwijfel dan ook of er zoveel ontwikkelingen zijn. Maar het is interessant om te zien of de argumentatie van Tjeenk Willink deugdelijk is.
Allereerst betreft het protocol “Diensten van Algemeen Belang”. Hierin komt dus het woord “publiek” zoals Tjeenk Willink dat gebruikt niet voor; er zijn dus geen veranderende Europese inzichten ten aanzien van de institutionele inrichting van de publieke zaak. Verder zijn de artikelen van het protocol Van “interpretatieve bepalingen”; het verduidelijkt nog een keer, hoe artikel 14 van het Verdrag moet worden begrepen. Er is dus geen sprake van een nieuwe Europese koers.
Mijn belangrijkste bezwaar tegen de argumentatie van Tjeenk Willink is echter dat het accent wordt gelegd op de institutionele kant van de zaak, terwijl de dienstverlenende aspecten veel essentiëler zijn.
|
|
Lees verder...
|
|
|
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende > Einde >>
|
| Resultaten 1 - 4 van 32 |